Terug naar het overzicht
Delen: Dit nieuwsbericht delen:
25 apr 2018

Op 20 april 2018 besliste de Hoge Raad – na zogenoemde prejudiciële vragen van de Kantonrechter Utrecht – over het uitsluiten van AOW-gerechtigden van de transitievergoeding (art.7:673 lid 7 BW). Naar het oordeel van de Hoge Raad is dit weliswaar een onderscheid naar leeftijd, maar een objectief gerechtvaardigd onderscheid. Dat AOW-gerechtigden geen transitievergoeding ontvangen, is dus toegestaan.

 

Naar het oordeel van de Hoge Raad is het voorkomen dat personen die in de regel niet langer zijn aangewezen op het verrichten van arbeid om in hun levensonderhoud te voorzien, toch recht hebben op een transitievergoeding, een legitiem doel. Voorts is de regeling passend en noodzakelijk. Daarbij hoeft niet gekeken te worden naar de individuele positie van werknemers. Het feit dat niet alle werknemers een volledig AOW-uitkering toekomt (bijvoorbeeld omdat zij een tijd in het buitenland werkten), doet aan het voorgaande niet af. De praktische uitvoerbaarheid van de regeling verzet zich hiertegen.

 

Of het voorgaande ook geldt in het geval de werknemer de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt (bijvoorbeeld bij prepensioenontslag) laat de Hoge Raad in zijn uitspraak nog in het midden.

 

De volledige uitspraak is hier te vinden: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2018:651