Terug naar het overzicht
Delen: Dit nieuwsbericht delen:
02 jan 2018

De wet bevat een zorgplicht voor werkgevers. Die zorgplicht geldt niet alleen richting werknemers maar ook ten aanzien van personen die met een werknemer te vergelijken zijn. Vrijwilligers kunnen daar volgens de Hoge Raad ook onder vallen.

 

Een lid van de klusgroep van een Parochie had ernstig letsel opgelopen toen hij op vrijwillige basis werkzaamheden aan het dak van de Parochie verrichtte.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moest al eerder de vraag beantwoorden of de zorgplicht van artikel 7:658 lid 4 BW ook gold ten opzichte van deze vrijwilliger. Daarbij besteedde het hof aandacht aan drie sub-vragen:

  1. zijn de werkzaamheden in opdracht van de Parochie verricht;
  2. behoorden de werkzaamheden feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van de Parochie, en
  3. had de Parochie de werkzaamheden ook door haar eigen werknemers kunnen laten verrichten?

Het hof beantwoordde alle vragen bevestigend en kwam daarmee tot het oordeel dat de werkzaamheden van de vrijwilliger binnen de uitoefening van het bedrijf van de Parochie vallen. De Parochie was daarmee volgens het hof aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger had geleden.

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en overwoog dat de Parochie een zorgplicht had voor de vrijwilliger, omdat artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is als iemand werkzaamheden verricht, terwijl hij voor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van degene voor wie hij die werkzaamheden verricht. Om te beoordelen of die afhankelijkheid aanwezig is, moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval. De feitelijke verhouding tussen betrokkenen, de aard van de verrichte werkzaamheden en de mate waarin de ‘werkgever’ (eventueel door middel van hulppersonen) invloed heeft op de werkomstandigheden van de vrijwilliger en de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s, spelen daarbij een rol.

Kort gezegd gaat het er dus om of de vrijwilliger zich bevindt in een positie die vergelijkbaar is met de positie van een werknemer, waardoor hij aanspraak heeft op dezelfde zorg van de werkgever. Het is niet belangrijk of de werkzaamheden die de vrijwilliger uitvoert ook door de eigen werknemers van de ‘werkgever’ worden uitgevoerd. Voldoende is dat de eigen werknemers die werkzaamheden ook hadden kunnen uitvoeren. De vrijheid van de ‘werkgever’, om ervoor te kiezen het werk te laten verrichten door werknemers of door anderen, mag volgens de Hoge Raad namelijk niet van invloed  zijn op de rechtspositie van degene die het werk verricht en daarbij schade oploopt.