Terug naar het overzicht
Delen: Dit nieuwsbericht delen:
29 nov 2018

De uitwerking van de opvolger van de Wet DBA verloopt minder voorspoedig dan het kabinet had gehoopt. Met name de voorstellen ten aanzien van zelfstandigen die werken tegen een laag tarief (veronderstelling van een dienstbetrekking) lopen tegen Europese regelgeving aan. De opvolger van de Wet DBA zal daarom niet eerder dan januari 2021 in werking treden, schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de tweede voortgangsbrief uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’.

In de eerste voortgangsbrief van 22 juni 2018 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de start van de uitwerking van de wetgeving ter vervanging van de Wet DBA. In deze tweede voortgangsbrief bespreekt het kabinet welke acties zijn ondernomen en afgerond, de huidige stand van zaken en de vervolgstappen die het kabinet wil nemen.

Webmodule en opdrachtsgeversverklaring
Via een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen, als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarmee wordt beoogd dat ze helderheid krijgen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie, mits de vragen naar waarheid zijn ingevuld en conform de verklaring wordt gewerkt. Een afgegeven opdrachtgeversverklaring is bepekt geldig: tot (een aantal maanden na) het volgende herijkingsmoment van de webmodule. Zo’n herijkingsmoment wordt vooraf vastgesteld en gecommuniceerd. Vooralsnog wordt gedacht aan een jaarlijkse herijking van de webmodule. Volgens minister Koolmees ligt de uitwerking op schema en zal de webmodule eind 2019 gereed zijn.

Verduidelijking gezag
Wanneer sprake is van een gezagsverhouding zal per 1 januari 2019 worden verduidelijkt. Een uitgebreide toelichting zal als bijlage worden toegevoegd aan het Handboek loonheffingen dat, zo geeft Koolmees in de Kamerbrief aan, de status heeft van een beleidsbesluit. In een bijlage bij de tweede voortgangsbrief is de integrale tekst van die bijlage opgenomen.

Arbeidsovereenkomst bij laag tarief en opt-out
Het voornemen van het kabinet is om bij opdrachtverstrekking aan zelfstandigen tegen een laag tarief voor langere duur of voor werkzaamheden passend bij de bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever, voortaan een arbeidsovereenkomst te veronderstellen (arbeidsovereenkomst bij laag tarief, ALT). Daarentegen zal bij de tegenhanger (hoog tarief, korte duur of werkzaamheden die niet behoren tot de bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever) de mogelijkheid worden geboden van een opt-out voor de loonheffingen (dit betreft circa 20% van de zelfstandigen). Met name de voorstellen ten aanzien van zelfstandigen met een laag tarief (volgens een met de brief meegestuurd onderzoek voldoet circa 13-14% van de zzp’ers aan de ALT-criteria) lopen aan tegen Europese regelgeving. Om deze reden zal het kabinet, naast de uitwerking van de ALT, ook alternatieve routes verkennen.

Beoogd wordt begin 2019 wetgeving ten aanzien van ALT en opt-out ter consultatie voor te leggen. In dat geval zal deze pas per 1 januari 2021 in werking kunnen treden.

Bron: SDU Nieuws Arbeidsrecht, 2018/593.