Terug naar het overzicht
Delen: Dit nieuwsbericht delen:
29 nov 2018

Bij de invoering van de Wet werk en zekerheid is er voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) een ‘overbruggingsregeling transitievergoeding’ ingevoerd. De strenge voorwaarden om voor deze regeling in aanmerking te komen, zullen per 1 januari 2019 worden verruimd.

Bij een ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden die het gevolg zijn van een slechte financiële situatie, kan een kleine werkgever een beroep doen op de overbruggingsregeling transitievergoeding. Daaraan zijn wel strenge voorwaarden verbonden. Voldoet de werkgever aan deze voorwaarden, dan hoeft hij bij de berekening van de transitievergoeding de dienstjaren van de werknemer die voor 1 mei 2013 liggen niet mee te tellen. Deze regeling kan tot 1 januari 2020 worden toegepast, daarna vervalt de regeling.

Uit onderzoeken blijkt volgens minister Koolmees dat de regeling ‘doet wat hij moet doen, maar in het algemeen te weinig effectief is’. Omdat de voorwaarden voor toepassing van de regeling in de praktijk te streng zijn gebleken, kondigt minister Koolmees een verruiming aan die per 1 januari 2019 moet ingaan.

In de Kamerbrief naar aanleiding van de evaluatieonderzoeken geeft minister Koolmees aan dat hij werkt aan een verruiming van de criteria. Voorkomen moet worden dat kleine werkgevers de regeling pas kunnen toepassen in het zicht van een faillissement.
De minister wil hiervoor het criterium van drie jaar achtereen een negatief resultaat vervangen door een gemiddeld negatief resultaat over drie boekjaren tezamen. Ook is de minister voornemens het criterium van een negatief eigen vermogen te vervangen door een solvabiliteitseis van ten hoogste 15%. Het streven is de verruiming per 1 januari 2019 in te voeren.